Rss

Vraaggesprek met Dmitri Glukhovsky (Metro 2033)

Op 25 oktober 2013 was de Russische sciencefictionschrijver Dmitri Glukhovsky in Nederland. Hij is bedenker en hoofdauteur van de succesvolle Metro serie, bestaande uit een aantal boeken (Metro 2033 en 2034), games en gerelateerde verhalen door andere schrijvers. Martijn Lindeboom introduceerde en interviewde hem voor publiek in de bibliotheek van Rotterdam en stelde na afloop een aantal vragen over schrijven aan hem. Een interessant gesprek over verhalen versus romans, over inspiratie, over het veroveren van aandacht, wereldbouw versus personages en het Russische perspectief (als dat al bestaat). Extra interessant voor (beginnende) auteurs die b.v. mee willen doen aan de Paul Harland Prijs 2014.

Over Metro: In 2033 bestaat de wereld zoals wij die kennen niet meer. De laatste overlevenden van de mensheid wonen ondergronds, zoals bijvoorbeeld in de metro van Moskou. Het is postapocalyptische sf uit Rusland, die in Nederlandse vertaling uitgegeven wordt door Uitgeverij Glagoslav. Glukhovskys debuut was aanvankelijk gratis te lezen op zijn website, maar inmiddels is het een wereldwijde hit: er zijn meer dan 2 miljoen e-books (in het Russisch) en 1,5 miljoen paperbacks (in allerlei talen) verkocht, er zijn populaire games verschenen voor PC en Xbox, de filmrechten zijn door MGM gekocht en nu is er een deel twee: Metro 2034.

Het interview ging over zijn boeken, over de stap van selfpublishing naar succes, sciencefiction, de games en filmrechten en zijn plannen voor de toekomst. Naderhand had Dmitri nog even tijd voor schrijfadvies aan zijn Nederlandstalige collega’s.

Over inspiratie en vast zitten met schrijven

Vraag uit het publiek: ‘Wat moet je doen als je vastzit met schrijven?’

DG: ‘Dat hangt van de situatie af. Als je vastzit met schrijven omdat je verliefd bent en het is wederzijds, vergeet het dan maar. Dan is schrijven niet aan de orde. Dan wil je uit met je vriendin, naar het strand enzovoort. Maar als je ongelukkig in de liefde bent, ja, dan moet je jezelf juist er toe zetten om te gaan schrijven. Gebruik je ongelukkigheid als inspiratie. Ik herinner me tijden waarin ik niet lekker in mijn vel zat en dat het schrijven fantastisch ging. En omgekeerd: als ik gelukkig ben, lukt het niet.

‘Als ik vast zit met de plot, als ik het verhaal niet rond krijg, dan gebruik ik stimulatoren, zoals groene thee, pure chocolade en hete douches. En een hete douche werkt het beste. Het opent de bloedvaten in je nek, zodat de bloedcirculatie in het brein beter wordt. De beste brainstorms die ik ooit heb gehad, waren onder de douche. Dit raad ik dan ook aan iedereen aan die wil brainstormen. (lachend) Misschien zou men groepsdouches moeten gaan organiseren bij grote bedrijven en zo.’

Schrijver worden

Vraag uit het publiek: ‘Wanneer wist je dat je schrijver wilde worden?’

DG: ‘Vanaf mijn derde! Mijn vader was een journalist en hij had een typemachine. Als hij naar het werk ging, nam ik de controle over de typemachine over. Eerst gewoon losse combinaties van letters, daarna verhaaltjes over pluizige kleine dieren en van daaruit groeide het uit naar apocalyptische dystopias… die overgang duurde overigens wel eventjes. Tijdens mijn schooltijd schreef ik verhalen over ruimteschepen, tijdreizen en dat soort spul, maar inmiddels schrijf ik meer over de toestand van de mens en minder over de pure sciencefictionkant van het verhaal.’

Veroveren van aandacht

Vraag Martijn: ‘Wat is het beste advies dat je kunt geven aan een beginnende schrijver?’

DG: ‘Een paar verschillende dingen. Ten eerste over creëren: het is belangrijk om niet de plots die je in films en op tv hebt gezien, te reproduceren. Vooral omdat die plots meestal al een kopie zijn van dingen die de makers van die scripts zelf hebben gezien of gelezen. Dan krijg je een kopie van een kopie van een kopie, waarbij het origineel niet meer herkenbaar is. En daar zat nou juist het essentiële in: de echte menselijke emotie. Dus als je een verhaal schrijft op basis van een idee dat je opgedaan hebt bij het kijken van een film, vergeet dat dan maar weer. Dat is het niet waard. Zorg in plaats daarvan dat je geïnspireerd wordt door het echte leven. Als je zelf niet een interessant genoeg leven hebt, vraag dan je grootvader, als die nog leeft.

‘Een ander punt is dat mensen bijna nooit de hele waarheid vertellen. We worden meestal geregeerd door sociale protocollen. We worden opgevoed om te voldoen aan normen en waarden, goed te zijn en politiek correct. En dat is ook goed, want zonder dat soort richtlijnen zouden we ons op een dierlijke manier gedragen. We moeten daarin geloven en we moeten ons schuldig voelen als we afwijken van die normen. Maar als je schrijft moet je helemaal oprecht zijn en je gevoelens beschrijven zoals ze echt zijn, zonder filters van politieke correctheid. Dus: blijf oprecht, blijf origineel en doe wat jij voelt dat goed is en niet wat de regels van de wereld of het genre zeggen dat goed is.

‘Dan nog iets over het vergaren van bekendheid. Mijn manier was het online publiceren van mijn werk. Dat was in een tijd dat niemand zichzelf online publiceerde. Iedereen was bang dat hun teksten gestolen zouden worden, dat uitgevers het niet meer wilden publiceren, omdat het al online te lezen was en dat niemand het boek zou willen kopen omdat het al online stond. Dat kon mij allemaal niks schelen. Het enige wat ik belangrijk vond was gelezen worden. En dat zorgde er voor dat ik bekendheid kreeg. Tegenwoordig werkt dat niet meer precies zo, omdat iedereen zichzelf online publiceert. Daardoor is het internet een soort tvsneeuw geworden, waar teveel content uitgezonden wordt. Een naald in een hooiberg, waarbij je niet echt op kunt vallen in de enorme massa verhalen.

‘Dus mijn advies is: zorg dat je opvalt, te vinden bent. En zorg dat mensen je kunnen vinden, niet zozeer de redacteuren, maar de lezers. Verover de aandacht. Als je je eigen fanbase weet te bemachtigen, zullen uitgevers je niet kunnen negeren.’

Emotie maakt een verhaal memorabel

Vraag Martijn: ‘Waar moet een schrijver mee beginnen? Een roman of een verhaal?’

DG: ‘Het is heel moeilijk om direct met een roman te beginnen. Korte verhalen leren je structureren. Je hebt de ruimte niet om onnodige dingen in een kort verhaal te noemen. Je moet de aandacht van de lezer direct grijpen, je moet het verhaal direct opzetten, je moet in een hele korte tijd de karakters vlees op de botten geven, het echt laten voelen en het tot een goed einde brengen. Daarom zijn korte verhalen een effectieve manier om te leren hoe je verhalen moet vertellen.

‘Als je daar goed in bent, kun je proberen om langer werk te schrijven. De uitdaging met romans is om de details en de omgeving goed te krijgen. De plot van een roman kan misschien net zo groot of klein zijn als dat van een verhaal, maar de wereld moet zoveel meer uitgewerkt zijn, om de lengte van het verhaal te kunnen dragen. En het beste detail is de menselijke psychologie. Hoe meer emotie de personages ervaren, hoe echter de wereld voelt. De mensen moeten uitgewerkte, échte mensen zijn, om de roman geloofwaardig en interessant te maken. Hoe goed je het plein voor het café ook beschrijft, als je niet de emoties van de persoon in het café juist verwoordt, dan zal de lezer die eerste beschrijving niet onthouden.’

Russisch perspectief?

Vraag Martijn: ‘Schrijf je anders dan Amerikanen of Europeanen?’

DG: ‘Dat weet ik niet. Kan ik niet goed beoordelen. Ik dacht dat ik helemaal niet door de Russische literatuur beïnvloed was, eerder door Latijns Amerikaanse schrijvers en West Europese en Amerikaanse en een klein beetje door Sovjet schrijvers. Maar die laatste niet in grote mate. Maar toen hoorde ik van alle lezers in Europa die ik sprak dat ik een typisch Russische auteur ben… Misschien is het met de paplepel ingegoten.

‘Mijn nieuwe roman, Future, speelt in West Europa en ik geloof dat het niet erg Russisch zal lezen. Ik heb het niet met opzet geschreven voor de westerse markt maar daar past het beter bij.’

Vraag Martijn: ‘Waarom past het daar beter dan in Rusland?’

DG: ‘Vanwege de sociale modellen, hoe men met elkaar omgaat. In Rusland zou de regerende elite de vooruitgangen in mijn boek voor zichzelf houden. Maar in Europa krijgt iedereen ze gratis, als je maar iets anders wilt opgeven. Europa heeft een andere instelling en die wilde ik verkennen. Ook voelt het schrijven over de toekomst van Rusland een beetje nep. Ik geloof niet dat Rusland veel toekomst heeft (lacht).’

Wereldbouw vs. Personages

Vraag Martijn: ‘Als je schrijft, begin je dan vanuit de wereld, of vanuit de personages?’

DG: ‘Het gaat natuurlijk beide kanten op, maar doorgaans begin ik met de wereld. Maar je kunt een wereld niet echt uitwerken, als je er geen personages in hebt rondlopen. Toch begin ik altijd met het verhaal, het verhaal. Voor mij komt het idee als eerste, dan de plot en de personages worden gevormd door het idee. De personages moeten in conflict met het idee zijn, of het juist ondersteunen, zodat het centrale thema goed uitkomt. Dus bouw ik de karakters pas echt op als ik de wereld ken en weet waar het verhaal over gaat.’

Deze vragen werden gesteld met als doel om een ander perspectief op verhalen vertellen en schrijven te krijgen, van buiten de westerse comfort zone. Dmitry Glukhovsky is een erg succesvolle auteur, met een ‘you love his work, or hate it’ vibe om hem heen. Is het echt ‘erg Russisch’ wat hij schrijft? Of is het niet goed? Of juist heel goed en anders, buiten ‘onze’ comfort zone? Ik weet het niet precies, maar ik geloof zijn wereld in Metro 2033 en vond Dmitry een sterke verteller, een intelligente gesprekspartner en een sympathieke kerel.

Wil je wat achtergrond over Metro 2033, lees dan de recensie van Debbie van der Zande, medevennoot van Lindeboom Concepten. De boeken zijn te bestellen bij de uitgever en bij de boekhandel.

Hierbij nog hartelijk dank aan uitgeverij Glagoslav en in het bijzonder aan Ruud van den Hoogenhoff, die dit gesprek en het interview in de bibliotheek in Rotterdam heeft georganiseerd.

Het lag al heel lang in de bedoeling om de schrijfvragen en -antwoorden uit te werken, maar mede door de megaklus van het organiseren van de Paul Harland Prijs 2013, de bijbehorende Dag en een verhuizing heeft het langer geduurd.

Comments are closed.